 |
 |
Wat te doen
| 1. |
Lees voor het plaatsen van de batterijen
eerst de instructies van het apparaat waarin u de batterijen
wenst te gebruiken. |
| 2. |
Stop de batterijen in het apparaat volgens
de juiste polariteit door de ‘+’ en ‘-‘
-polen te respecteren. |
| 3. |
Laadt de batterij eerst op voor gebruik. |
| 4. |
Nieuwe batterijen dienen eerst 2 tot 3 maal volledig geladen en ontladen te worden voor u over hun volledige capaciteit kunt beschikken. Batterijen die langer dan een week werden opgeslagen, dienen voor gebruik eerst te worden opgeladen. |
| 5. |
Het is normaal dat de batterijen heet worden tijdens het laden en dat ze geleidelijk afkoelen tot kamertemperatuur nadat ze helemaal opgeladen zijn. |
| 6. |
Bewaar batterijen altijd op een droge
plek en op een normale kamertemperatuur. |
| 7. |
Haal de batterijen uit het apparaat indien
dit voor een langere tijd niet wordt gebruikt. |
| 8. |
Maak de contactpunten van de batterijen
en het batterijcompartiment schoon met een droge doek
wanneer u de batterijen vervangt. |
| 9. |
Als de prestaties van de batterijen aanzienlijk
minder worden, is het tijd om de batterijen te vervangen. |
| 10. |
Houd batterijen uit de buurt van kinderen.
Indien een batterij wordt doorgeslikt, neem dan meteen
contact op met een arts. |
Wat niet te doen
| 1. |
Laad geen andere type batterijen zoals
alkalinebatterijen, zinkkoolbatterijen, lithiumbatterijen,
oplaadbare alkaline of andere niet-oplaadbare batterijen
omdat ze kunnen gaan lekken of openbarsten met lichamelijk
letsel en beschadiging tot gevolg. |
| 2. |
Laad geen batterijen met verschillende
capaciteit door elkaar, tenzij de lader is uitgerust
met individuele laadslots. |
| 3. |
Laad geen batterijen met verschillende
restlading door elkaar heen (bv. lege batterijen en
gedeeltelijk ontladen batterijen), tenzij de lader is
uitgerust met individuele laadslots. |
| 4. |
Overlaad of over-ontlaad de batterijen
niet. Het zal de levensduur van de batterij verkorten.
|
| 5. |
Gebruik geen verschillende soorten batterijen
door elkaar (b.v. NiMH, NiCd, alkaline, etc.) en gebruik
ook geen verschillende capaciteiten batterijen door
elkaar in in hetzelfde elektrisch apparaat. |
| 6. |
Batterijen niet kortsluiten, verbranden of demonteren. |
| 7. |
Werp geen batterijen in vuur want ze
kunnen exploderen. |
| 8. |
Bewaar geen losse batterijen in een broekzak
of een handtas met metalen objecten zoals munten, paper
clips, haarspelden, enz. Dit kan kortsluiting veroorzaken
waardoor er hitte ontstaat. |
|
|
|